De meid van Lagouche 3

Du BUY schreef in zijn boek (p. 72) “De afloop vinden wij, door andere hand met potlood bijgeschreven, in 1661 aldus vermeld:

Eindelijk is de meid van vader Abraham opgestaan ‘s morgens heel vroeg en heeft voor haar (vertrek?) al de potten en pannen, die zich in de keuken bevonden in stukken geslagen alsook vele ruyten uit de vensters gestooten, slakend en tierend onder anderen: ketters, geusen, afvalligen en andere scheldwoorden”.

Dit heb ik pas gevonden doordat ik op grond van de aanwijzing onderaan noot 2 (zie blz. 12) op zoek ben gegaan naar de bladzij met nr. 12. Zo kwam ik uit op de ogenschijnlijk lege linker pagina tegenover een afschrift van een brief van de Gedeputeerden uit 1661. Deze pagina is links boven genummerd : 12.

Eens ik wist dat daar iets moest staan, zag ik dat effectief ook. Het zal in de tijd van Du Buy vast duidelijker zijn geweest, anders is hij wel zeer lucide in zijn transcriptie (wat hij volgens mij ook echt was, want hij een zeer conscientieuze, geduldige, bijna pietepeuterig precieze meneer). Deze pagina zou ik zelf ook wel eens willen zien. Ook de opmerking (van DuBUY) dat dit met ‘potlood’ is geschreven intrigeert mij. Is dat zo? Werd dat in de 17de eeuw al gedaan? En met wat voor materiaal zijn die andere opmerkingen dan geschreven (en waarom zijn ze verbleekt?). Hieronder dezelfde foto als hierboven, maar dan met zeer laag contrast. De tekst wordt zichtbaar…

“1661. Eindelijk is de meid van vader Abraham opgestaan ‘s morgens heel vroeg en heeft voor haar (vertrek? = Du BUY) al de potten en pannen, die zich in de keuken bevonden in stukken geslagen alsook vele ruyten uit de vensters gestooten, slakend en tierend onder anderen: ketters, geusen, afvalligen en andere scheldwoorden”.