
spin off van het uitgebreide artikel over de calvinist Jordaens geschreven ter ere van zijn 430ste verjaardag.
Achtergrondinformatie
Vader Jacques (19 mei 1593) en dochter Elisabeth (gedoopt 26 juni 1617) zijn beiden op 18 oktober 1678 in Antwerpen overleden tijdens de uitbraak van de Engelse zweetziekte of zweetkoorts. Ze woedde in ‘t stad in de nazomer van 1678, gedurende drie maanden. De stoffelijke resten van de Jordaensen zijn bijgezet in het familiegraf te Putte (net over de grens), het dichtsbijzijnde kerkhof waar niet-roomskatholieke christenen op een deftige wijze konden worden begraven. Er was hier zelfs een klein kerkje voor hen gebouwd. Talloze Antwerpse protestanten zijn hier begraven, onbekende en bekende. Naast Jordaens (1678) worden op het monument ook twee anderen genoemd (d.w.z. hun gevonden zerken zijn geïntegreerd in de voet). Het betreft zijn collega-schilder Adriaen Van Stalbemt (1662) en een verder onbekende parochiaan Guilliam De Paepe. Wie de kerkboeken raadpleegt, zal al snel vaststellen dat eigenlijk de meeste Antwerpse protestanten (lidmaten van de Brabantse Olijfberg) te Putte zijn begraven.1 Ook Johan Daniel Dulcken (klavecimbelbouwer, 1706-1757), maar van zijn zerk is jammer genoeg niets overgebleven/gevonden.
Op het graf van Jordaens is een marmeren grafsteen geplaatst waarop drie gezinsleden worden vermeld (Jordaens’ vrouw, Catharina van Noort was reeds 1659 gestorven). Het kerkje had eind 18de eeuw haar nut verloren, wordt verwaarloosd, en in 1809 afgebroken (dan wel ingestort, de berichten verschillen). Men doet blijkbaar quasi niets met de puinhoop, en ook liggen er (resten van) grafstenen onder het puin. In 1829 worden die terug aan het licht gebracht (zij het beschadigd). Hier een tekening die de vinder (dhr. Pauwelaert-Vermoelen) van de brokstukken maakte (en wat hij nog aan leesbaars meende te zien staan) en de actuele reconstructie.2 (click to enlarge)


Reconstructie van de tekst
- na de naam verwacht je ‘schilder’ (of constschilder), of zelfs constrycke schilder een redelijk gebruikelijk naam voor het ambacht, ook standaard aanwezig in actes en grafschriften. In elk geval niet ‘geboren’. De ‘B’ die dhr. Pauwelaert meende te zien, is dan een ‘S’ geweest: ‘conStschilder’ ipv ‘geBoren’.
- Er zit een fout in de voornaam (jaVques). Vreemd. de ‘V’ zou een ‘C’ moeten zijn. Alhoewel. Kijk eens naar deze handtekening uit 1669.

- De ontbrekende ‘N’ bij de familienaam van zijn vrouw (Van Noort) is no problem. Er staat een liggend streepje boven ‘VA’ (duidt erop dat een deel van het woord is weggelaten, VA = VAN), waardoor de N eigenlijk de eerste letter van NOORT is.3
- In het jaartal van Catharina is men het ‘hondertal’ (een ‘C’ in superscript) vergeten.
Hier leet [begr]aven
Iavqves Iordaens [con]s[tschilder]4
binnen Antwerpen [sterf5 den]
18 Oct[ob]e[r] A° 1[678]6
ende
eerbar[e] Catharina va Noort7
Syn huysvrouwe sterf den
17 April A° MVIcLIX.
en de
[J]ovf.r Elisabeth Iordaens
Haerl.8 Dochter sterf den
18 October A° 1678
Christvs is de hope
onser Heerlyckheit.
Het oorspronkelijke monument stond nog op het voormalige kerkhof (het hek, omheining, was in 1844 door koning Willem te dier plaatse aangebracht om de overgebleven zerken (er waren er 3 teruggevonden die reconstrueerbaar leken) te beschermen, uit piëteit dus. In 1845 krijgt de dan nog zeer jonge architect Pierre Cuypers de opdracht tot ‘wedersamenstelling’ van de brokstukken en de reconstructie van de tekst. Dat leid ik tenminste af uit de toelichting bij het dossier nummer CUBA 678 van het Nationale Archiefinstituut.9

De originele tekst van de grafzerk
In de 18de eeuw moet J.B. Van der Straelen de zerk nog in situ gezien hebben en de tekst overgeschreven, aldus P. Génard in zijn Notice sur Jordaens uit 1852 in Messager des sciences et des arts10 In 1855 werd de transcriptie van de aantekeningen van Van der Straelen gepubliceerd, eveneens in een voetnoot, in het boek over de registers van het Sint Lukasgilde.11 Ik neem die hieronder over. Er was ook voor 1877 al kritiek op de voorgestelde reconstructie. Zo signaleerde een verder niet bij name genoemde journalist in een krantenartikel dat de oprichting van het monument aankondigt (het Volksbelang 14/04/1877) de fouten in kwestie en suggereert de correcte tekst (hij zal de notice van Génard gekend hebben). Hij wijt de fouten trouwens niet aan het comité of de superviserend architect (P.J.H Cuypers, die de wedersamenstelling had gesuperviseerd in 1845), maar aan de ‘hersteller’ (steenhouwer, c.q. graveur) die het origineel niet gezien heeft en een ‘onnauwkeurige gissing’ heeft gedaan. Lijkt me sterk (don’t shoot the pianist). Het enige probleem met Van der Straelen’s transcriptie is dat deze ook retouches lijkt te bevatten (de naam ‘Jacques’ lijkt me al een correctie bijv.). Alle drie de jaartallen zijn in Arabische cijfers, terwijl de originele steen minstens bij Catharina Romeinse cijfers heeft. Wel overtuigend vind ik de retouche van HAERE DOCHTER in HAERL. DOCHTER (hun dochter), waarmee Elisabeth ook bij Jacques hoort. Wat me wel quasi zeker lijkt: dit is de tekst zoals ze op de grafsteen had moeten staan. Nog één opmerking: Gezien de teruggevonden brokstukken is het onmogelijk dat de vermelding van de bijbeltekst Coloss. 1,27 er zó zou hebben opgestaan. Maar – Platoons gezegd – dit is wel de ‘idee’, al de rest zijn ’emanaties, afschaduwingen’.
HIER LEET BEGRAVEN
JACQUES JORDAENS CONSTSCHILDER
BINNEN ANTWERPEN STERF DEN
18 OCTOBER A° 1678
ENDE
D’EERBARE CATHARINA VAN NOORT
SIJN HUYSVROUWE STERF DEN
17 APRIL A° 1659.
ENDE
JOUFFR. ELISABETH JORDAENS
HAERL. DOCHTER STERF DEN
18 OCTOBER A° 1678
CHRISTUS IS DE HOPE
ONSER HEERLIJCKHEIT. COLOSS. 1, 27.

Dick Wursten 25 mei 2025
NOTEN
- of in het nabijgelegen Ossendrecht. Sommigen in Antwerpen bij de ‘Cellebroeders’, blijkbaar de enige locale optie
- Messager des sciences et des arts, 1833
- Men schreef toen ook namen nog ‘fonetisch’ en er was geen schoolmeester die uniformisering afdwong. Verder staat ook deze naam op een breuklijn en is dus voor discussie vatbaar.
- ‘constryck schilder’ zou nog beter zijn, maar wellicht te lang om op de steen te passen. de V in IaVques is vreemd.
- versta: “is gestorven’
- Romeinse cijfers is vreemd, gezien Elisabeth 1678 heeft
- ‘Van Noort’
- ‘HAERL. = HAERLIEDEN = hun, ipv HAERE
- voor ‘t geval de link ook sterft, hier de tekst: “P.J.H. Cuypers verzorgde de restauratie van het graf van de schilder Jacob Jordaens (1593-1678) in Putte, Noord-Brabant. De Antwerpse schilder Jacob Jordaens was van huis uit rooms-katholiek, maar bekeerde zich later tot het protestantisme. Op 85-jarige leeftijd overleed hij in 1678 aan de ‘zwetende ziekte’ of polderkoorts. De schilder werd in Putte, Noord-Brabant, begraven. In Putte was namelijk het dichtstbijzijnde kerkhof in het protestantse noorden. De kerk en de begraafplaats zijn later verwoest. De grafzerk van Jordaens werd bij toeval in 1829 ontdekt. Er kwamen pogingen om deze naar Antwerpen te verplaatsen. Uiteindelijk bleef de grafsteen in Putte. In 1845 kreeg de zerk van Jordaens, met enige andere grafstenen, een eenvoudige omheining. In 1877 werd door een internationale commissie een monument voor Jacob Jordaens opgericht, met een buste naar ontwerp van de beeldhouwer J. Lambeaux. De oude grafplaat is aan de voorzijde van de sokkel aangebracht. Het monument is te vinden aan de Antwerpsestraat, tegenover de kerk.
– Cuypers, P.J.H. (restauratie) 1845 - jg. 1852, p. 221-2 opmerking in een voetnoot, waar hij de tekst ook opneemt
- Van der Straelen-Moons, Jaerboek der vermaerde en kunstryke gilde van Sint Lucas binnen de stad Antwerpen... Peeters-Van Genechten, 1855, (p. 125)