De prijs voor beste theologische opstel (2025) gaat naar socioloog Mark Elchardus. Het handelt over de Kerststal. We nemen het hier graag over (ingezonden brief in DeMORGEN)
De idee dat doorsneemensen, onder moeilijke omstandigheden, zorgen voor een hulpeloos kind dat tegelijk hun kind is en dat van God, dat is voor mij Europa. De afstand tussen mensen en god is hier kleiner dan elders, daarom leven we hier beter.
Er is nogal wat te doen rond de kerststal op de Grote Markt in Brussel. Er valt ook wat op aan te merken. Om te beginnen, hij is oerlelijk. Waarschijnlijk heeft Brussel, badend in het geld, een bevriende kunstenaar-voddenmarchand veel betaald om het onding neer te poten. Ten tweede mis ik het gewone, traditionele kerststalletje. Ik ben verstokte atheïst, maar ik hou van Kerstmis en van dat stalletje. Geregeld, als ik het niet te druk heb, zet ik er thuis eentje op, samen met lichtjes, kerstballen en dennentakken. Dat stalletje heeft voor mij geen religieuze betekenis. Het is zuivere traditie, iets dat me verbindt met anderen en ons gedeeld verleden. Een dergelijke traditie op een lelijke en kwetsende manier vernielen, is een bijzonder slechte manier om met diversiteit om te gaan. Verder is er ook het christendom dat evengoed tot mijn verleden behoort als tot dat van een gelovige. In De Morgen van 3 december schrijft pers- en communicatieadviseur Joeri Casteleyn dat het goed is dat mensen tradities verdedigen, maar dat ze dan ook de waarden moeten verdedigen waar die traditie voor staat: “naastenliefde, broederlijkheid, licht in de duisternis, mededogen met het vreemde”. Op die manier wordt het christendom herleid tot de kritiek die Friedrich Nietzsche had op de joods-christelijke traditie: de slavenmoraal. Als men kijkt naar de rol van het christendom in de Europese geschiedenis, gaat het toch om meer dan dat. Zelfs het kerststalletje heeft een andere betekenis. Misschien zie ik dat verkeerd als atheïst…,
… maar wat ik daar zie is een vakman die samen met zijn vrouw al het mogelijke doet om hun kindje te beschermen. Die baby is zowaar de zoon van God, maar zijn lot ligt in handen van gewone mensen. Als de baby volwassen is, zal hij zijn leven geven om de mensen te redden. Dat deel van het verhaal spreekt me als atheïst minder aan. Mensen moeten in de eerste plaats zichzelf redden, vind ik. Daarentegen de idee dat doorsneemensen, onder moeilijke omstandigheden, zorgen voor een hulpeloos kind dat tegelijk hun kind is en dat van God, dat is voor mij Europa. De afstand tussen mensen en goden is hier kleiner dan elders, daarom leven we hier beter. Daarom hebben de mensen hier en in die kribbe een gezicht. Van hen weten we vanwaar ze komen, ze hebben een identiteit, we kennen hun vak, schrijnwerker en huismoeder, en hun gezicht is, letterlijk, goddelijk, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis zoals gelovigen dat zeggen.
Het gezichtloze kerststalletje wijst ofwel op onbegrip of op de bedoeling te kwetsen, noch het ene, noch het andere helpt om samen te leven.
Mark Elchardus, emeritus professor sociologie en De Morgen-columnist