Een andere passie…

Goede Vrijdag, 2026

De Johannes of de Mattheüs, welke vind je mooier? Dat kan je zomaar gevraagd worden in deze tijd van het jaar. [Voor de outsiders: dit is idioom dat Bach-volgers gebruiken om naar twee muziekstukken te verwijzen van hun idool: de Johannespassion en de Matthäuspassion, de een iets meer de ander iets minder dan 300 jaar geleden gecomponeerd voor de vesperviering van de Goede Vrijdag in Leipzig] Ik blijf het antwoord meestal schuldig, omdat ze nogal verschillen.

Niet alleen in omvang, maar ook in sfeer. En dat komt… door de tekst (ja wat had u gedacht?!). Dìe heeft Bach eerst gelezen, en dan getoonzet. Het evangelie van Johannes is heel anders dan dat van Mattheüs (en Markus en Lukas, want die drie lijken op elkaar). Zo is zijn vertelling relatief kort (ca. 2000 woorden, tegen ca. 3000 in Mattheüs). Sterker nog: hij veronderstelt eigenlijk dat je het verhaal al kent. Veel détails laat hij weg, en wat hij vertelt daaraan geeft hij een eigen draai. Hierdoor is de tekst die Johannes aanbiedt eigenlijk een reflectie op wat er gebeurd is…, onder de oppervlakte. Dat doet hij in de vorm van een hervertelling van een aantal episodes. Daarbij richt hij de schijnwerpers op de persoon van Jezus en zijn handelen. Ja, klinkt vreemd in een passie, maar ook dat is bewust. Jezus is in dit evangelie namelijk geen gewone mens, ook geen bijzondere, maar iemand ‘sui generis’. Hij wordt ook helemaal niet geboren midden in de winternacht (ocharme), neen: bij Johannes is hij vanaf de allereerste zin (“In den beginne was het Woord…“) al het eeuwige Woord van God:  ὁ λόγος (ho logos), een Grieks filosofisch-metafysisch kernbegrip: het beginsel van al wat is, het wezen van het Zijn. In hem is dàt mens geworden en heeft onder ons gewoond. Niet om wat rond te wandelen met z’n leerlingen, of op een berg te prediken, neen: Hij is hier – volgens Johannes – met een welbepaald doel: om zijn leven te geven. En dat zal de mensen rondom Hem ten goede komen. Zeker weten. Johannes de Doper verklapt het al, zo gauw hij hem ziet : Zie het lam Gods…

In het verhaal van zijn arrestatie, proces, en liquidatie (de passie) voltrekt zich volgens Johannes dan ook geen diep menselijke tragedie (zoals je bij Mattheüs nog zou kunnen denken, maar pas op…), neen: daar bereikt hij zijn doel. Daar wordt zijn leven voltooid. Hij wordt ‘verhoogd’ aan het kruis, en als hij sterft, dan is ‘alles volbracht’ (dat kruiswoord hoor je alleen maar bij Johannes). Ook in de aanloop daarnaartoe is Jezus in al z’n passiviteit degene die de touwtjes stevig in handen heeft. Dat merk je meteen al bij zijn zijn arrestatie (lees maar, luister en zie hoe de soldaten Jezus pas kunnen arresteren als hij dat toestaat). Dat is ook zo tijdens z’n proces (voor Pilatus: Wie is hier de koning? En om welk Rijk, welke Waarheid gaat het hier eigenlijk?). Ja, zelfs gekruisigd voert hij nog steeds de regie (lees maar: hij geeft instructies aan z’n moeder, aan Johannes). En de aanwezige mensen? Die zijn wel druk in de weer, en doen van alles, maar begrijpen niet wat er gebeurt. In alle gesprekken gaat het van misverstand tot spraakverwarring, vaak met dubbele bodem (voor de goede verstaander, achteraf). Typisch Johannes.

Welnu, dit is natuurlijk een constructie van de auteur: een literary device om iets over te brengen. Maar, wat dan? Ja, daarvoor moet u lezen, luisteren, het verhaal volgen, nadenken, meedenken. Mijn suggestie is —ik had het al verklapt— dat Johannes het lijden en sterven van Jezus op zo’n manier hervertelt dat hij kan laten zien wie er in control is. Zijn dat de machten van deze wereld (militaire, religieuze, politieke leiders)? Ja, natuurlijk: zij krijgen Jezus in handen en doen met hem wat ze willen… Maar pas op, dat is maar de oppervlakte van het gebeuren. Zo lijkt het, maar als deze machtigen oog in oog staan met Jezus en geconfronteerd worden met zijn innerlijk gezag, dan staan ze in hun hemd. Eén voor één worden ze ontmaskerd als gesublimeerde vormen van on-macht. De slotsom van dit evangelie is dan ook dat de machteloos gekruisigde gave mens meer te zeggen heeft dan alle machthebbers van de wereld bij elkaar. Alleen moet je dat natuurlijk wel willen zien, willen horen.


Klinkt dat nu ook door in de muziek van Bach? Jazeker. Luister maar eens naar ‘de Johannes’ met z’n majesteitelijke openingskoor (naar Psalm 8): helemaal raak: Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm in allen landen herrlich ist… En op deze belijdenis, volgt meteen het ‘gebed van de viering voor Goede Vrijdag’ (het collect-gebed, waarin de betekenis van de viering is samengebald in één zin):

Toon ons, door uw lijden,
dat Gij, ware Zoon Gods,
te allen tijde,
ook in de diepste vernedering,
verheerlijkt bent geworden.

Dat laatste werkwoord (verheerlijken) mag u hier heel letterlijk lezen: Dat gij ook daarin laat zien dat Gij heer zijt…, waarop Psalm 8 opnieuw mag klinken, da capo… zoals het was in den beginne, nu en altijd —in goede en in kwade tijden—, tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.


Benedikt Kristjansson, Tenor
Elina Albach, Cembalo
Philipp Lamprecht, Percussion

volledige opname: https://www.youtube.com/watch?v=uFx-mIWzuu0

De Kerststal – Mark Elchardus

De idee dat doorsneemensen, onder moeilijke omstandigheden, zorgen voor een hulpeloos kind dat tegelijk hun kind is en dat van God, dat is voor mij Europa. De afstand tussen mensen en god is hier kleiner dan elders, daarom leven we hier beter.

Jakob Cornelisz van Oostsanen (c1472–1533), rechter vleugel van een retabels – binnenkant. 1511–1520
© Kunstmuseum Basel

Er is nogal wat te doen rond de kerststal op de Grote Markt in Brussel. Er valt ook wat op aan te merken. Om te beginnen, hij is oerlelijk. Waarschijnlijk heeft Brussel, badend in het geld, een bevriende kunstenaar-voddenmarchand veel betaald om het onding neer te poten.
Ten tweede mis ik het gewone, traditionele kerststalletje. Ik ben verstokte atheïst, maar ik hou van Kerstmis en van dat stalletje. Geregeld, als ik het niet te druk heb, zet ik er thuis eentje op, samen met lichtjes, kerstballen en dennentakken. Dat stalletje heeft voor mij geen religieuze betekenis. Het is zuivere traditie, iets dat me verbindt met anderen en ons gedeeld verleden. Een dergelijke traditie op een lelijke en kwetsende manier vernielen, is een bijzonder slechte manier om met diversiteit om te gaan.
Verder is er ook het christendom dat evengoed tot mijn verleden behoort als tot dat van een gelovige. In De Morgen van 3 december schrijft pers- en communicatieadviseur Joeri Casteleyn dat het goed is dat mensen tradities verdedigen, maar dat ze dan ook de waarden moeten verdedigen waar die traditie voor staat: “naastenliefde, broederlijkheid, licht in de duisternis, mededogen met het vreemde”. Op die manier wordt het christendom herleid tot de kritiek die Friedrich Nietzsche had op de joods-christelijke traditie: de slavenmoraal. Als men kijkt naar de rol van het christendom in de Europese geschiedenis, gaat het toch om meer dan dat. Zelfs het kerststalletje heeft een andere betekenis. Misschien zie ik dat verkeerd als atheïst…,

Het gezichtloze kerststalletje wijst ofwel op onbegrip of op de bedoeling te kwetsen, noch het ene, noch het andere helpt om samen te leven.

Mark Elchardus, emeritus professor sociologie en De Morgen-columnist

Cantatedienst “Op u mijn Heiland blijf ik hopen” (14 december)

3de Advent, zondag 14 december 2025
Gezamenlijke muziekdienst De Wijngaard & De Brabantse Olijfberg
Cantate: Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen

          Willem Ceuleers, opus 322 (1993)  voor sopraan, 2 blokfluiten en basso continuo

            uitvoerders:

            Danielle Van de Vloet: sopraan
            Willem Ceuleers: blokfluit 1
            Kristin Meerts: blokfluit 2
            Piet Van Steenbergen: viola da gamba
            Marie-Ange Boost: klavecimbel

voorganger: dhr. Egbert van Groesen
ouderlingen: Thamar Blokland en Patrick Detif
cantor-organist: Willem Ceuleers

Orgel vóór en na de dienst: Josef Gabriel Rheinberger (1839-1901)

Memento vivere

De verhouding ‘geloof en leven’

De bekende spreuk van Paulus “De rechtvaardige zal door het geloof leven” is eigenlijk niet van Paulus, maar van de profeet Habakuk (2:4). Waar wij het beladen woord ‘geloof’ horen, staat het Hebreeuwse woord ‘èmoenah’, dat eerst en vooral ‘vertrouwen’ betekent. Paulus was een Jood. Hij citeert dit vers 2x: Romeinen 1:17, Galaten 3:11.
Los daarvan: in deze uitspraak is het geloofsvertrouwen het middel en het leven het doel. In de uitleg en toepassing van dit woord zijn de rollen vaak omgedraaid. Ik herinner me uit mijn jeugd vooral preken die mij probeerden duidelijk dat ik geloven moest (en wàt precies wel, wàt zeker niet). Ik herinner me niet dat dit werd verduidelijkt door een link te leggen hoe zulk een geloof dit leven vooruit zou helpen in kwaliteit. Over dit leven ging het bijna nooit, en als het al aan bod kwam, dan bijna enkel in moralistische vorm, d.w.z. in de vorm van waarschuwingen, in verband met het laatste oordeel. Mijn ziel en zaligheid hing blijkbaar niet af van hoe ik leefde, maar van wat ik geloofde.

BIj Luther nog wel. Doordat hij dit woord op zich liet inwerken, is hij tot een religieuz morele ontspanning gekomen. goed/kwaad: dat liet hij voortaan aan God over. Hij moest vooral zien dat hij lééfde als schepsel van de goede God, als diens adoptief ‘kind’ (aangenomen middels het geloofsvertrouwen diens Zoon Jezus, ook wel de ‘Christus’ genaamd, in hem heeft gewerkt). Zo had hij zìn in het leven gekregen…, zoveel zelf dat hij – natuurlijk – te gelegener tijd ook het klooster heeft verlaten, het gewone menselijke leven is ingetrokken, we hem enige jaren laten ook met vrouw èn kinderen aantreffen. Er komt een enorme hoeveelheid levensenergie vrij, als je de zorg voor je eigen leven, je eigen status voor de mensen èn voor God achter je kunt werpen. Er komt een enorme hoeveel­heid levenszin te voorschijn als je gewoon van ‘genade’ durft te leven. Al die energie die dan vrijkomt, komt vrij voor het léven, dit leven, het medemenselijk leven in Gods schepping, met de mensen en de dingen om je heen.

De lijfspreuk van Luther is niet de tekst uit de Romeinenbrief geworden, maar het psalmwoord uit de 118de psalm.

Ik zal niet sterven, maar leven. (Non moriar, sed vivam)

En dan bedoelt Luther zowel het eeuwige als het tijdelijke leven. En het is deze uitroep van de psalmist, die het meest duidelijk de hartstocht, de emotie, die achter de Reformatie schuilt, aan het licht brengt. Sterven, dat leek het enige wat er op zat voor Luther. Eeuwige dood zelfs, maar ook gewoon: sterven, aflopende zaak, afgelopen! ­Heel vaak heeft hij ernaar verlangt, om eraf te zijn, wanhopig, bijna op het suïcidale af. Zelfs later nog, al volop wandelend in het licht van de genade, bleef hij last hebben van aanvallen van depressiviteit, van een diepe ‘melancholie’ (zo noemde men dat toen). Maar het evangeliewoord, soms door de Schrift gebracht, soms door een vriend verkondigd, soms door zijn vrouw gepersonifieerd, door het zonlicht gesymboliseerd, of door een roos, een kinderstem, een muziekstuk… bepaalde hem altijd weer terug bij Gods vrolijke en levenbrengende initiatieven om hem te doen léven. Gaven hem de ‘èmoenah’ (het geloofsvertrouwen) terug, om te leven, hier en nu, en in eeuwigheid.

Ik zal niet sterven, maar leven èn Gods werken verkondigen… Soli Deo gloria. Amen.

Vrijheid 1525 – 500 jaar boerenopstand

In oktober van vorig jaar verscheen als voorbereiding van de 500ste verjaardag van de Boerenoorlog in 2025 een boek van Lyndal Roper: Für die Freiheit, der Bauernkrieg 1525, uitgave S. Fischer, Frankfurt am Main 20241. Dit boek heeft de intrinstieke kwaliteit om het basiswerk te worden, temeer daar er er (relatief) weinig syntethiserende wetenschappelijke literatuur over te vinden is. In dit boek vertelt Luther-biografe Lyndal Roper het verhaal van de grootste massabeweging in Europa vóór de Franse Revolutie. Boerenopstanden op zich waren er al wel eerder geweest, maar in deze – van 1525 – speelden godsdienstige motieven een grote rol.

Lyndal Roper brengt in dit boek de opstandelingen en hun utopie (hun droom) tot leven, en hoe die in bloed is gesmoord. In het Rooms-Duitse Rijk zijn immers naar schatting 70.000 doden gevallen tijdens de diverse periodes van wat men nu met een koepelterm ‘de boerenoorlog’ noemt. Dat is 0,5 % van de bevolking. Het was een opstand (beter nog ware het te spreken van een meervoud) van boeren en lage edelen die begon in het Zwarte Woud en de Elzas, maar die zich in de laatste fase afspeelde in een vrijwel alle regio’s van wat wij nu Duitsland noemen. De opstandelingen verzetten zich tegen het lijfeigenschap (letterlijk te verstaan!), en de eisen die aan hen gesteld werden in de vorm van geld en diensten. Het ging hen om vrijheid, rechtvaardigheid en een goed leven. Zeker. Maar het ging hen ook om meer: om de visie (of het visioen) van een Gode welgevallige regering. Bezieling en inspiratie haalden zij uit de bijbelverhalen en uit wat er tot hen doordrong van de prediking van Martin Luther en de zijnen.

“En zo verlieten ze hun dorpen, sloegen hun kampen op in het open veld, drongen kloosters binnen en genoten de wijn in hun kelders. Geïnspireerd door het vuur van de Reformatie volgden ze echter niet zozeer de weg van Maarten Luther, maar luisterden gefascineerd naar de preken van de charismatische prediker Thomas Müntzer.”

Thomas Müntzer haalde zijn inspiratie (voorbeeld, model) uit de bijbel. Hij noemt zich een tweede Gideon, een Jozua, een profeet. Hij leefde in voortdurende verwachting van het Laatste Oordeel. Als prediker heeft hij succes en krijgt heel wat mensen op zijn hand. Luther zal hem in het begin daarom verdedigen maar later zal die vriendschap omslaan. Müntzer zal de mensen aanspreken als ‘broeders’ en als zij de grote ideeën van gelijkheid willen omzetten in de praktijk, zal hij van hen een eed vragen om Gods rijk te vestigen. Hij predikt met autoriteit. God heeft immers de zwakken op het oog om de sterken te confronteren. Zijn  model is Christus die door zijn lijden verhoogd werd; het is een zonde om aan zichzelf te denken, men moet zichzelf wegdenken. In zijn preken belooft hij een overwinning die van boven komt, zonder slag of stoot. Als echter de landheren met hun  ruiters aankomen … De opruiende preken leidden al snel tot plunderingen, moord en brandstichtingen. Honderden kastelen en kloosters werden deels of zelfs volledig vernietigd. De boeren beriepen zich met name op de Twaalf artikelen van Memmingen (1525) (zie verderop),

Müntzer werd geboren in 1489, kreeg een humanistische opleiding , werd priester, maar kwam onder invloed van de zich uitbreidende reformatie, huwde een gewezen non Ottilie von Gersen. Luther beval Müntzer in 1520 aan voor een pastoraat in Zwickau. Maar de opvattingen van Müntzer verschilden radicaal van die van Luther. Hij was ervan overtuigd dat vertrouwen in de redding die door Christus was gegeven, nog geen echt geloof was; het moet tot stand komen in een innerlijk proces van lijden, waarin de mens het lijden van Christus begrijpt. Het Laatste Oordeel en de onmiddellijk daarop volgende regering van Christus op aarde staan voor de deur. Dus viel hij de “priesters” van de oude kerk aan en al snel ook de “doctoren” van de Reformatiebeweging, zeggende dat zij de zuivering van het christendom alleen maar in de weg stonden. In zijn werk “Tegen het geestloze, zachtmoedige vlees van Wittenberg” bevestigde hij zijn overtuiging dat de nieuwe theologie van de Reformatie ook alleen de heerschappij van de goddelozen ondersteunde. Hij reisde door de opstandige gebieden en werd gesterkt in zijn opvatting dat priesters en vorsten het gewone volk alleen maar van het geloof afhielden, maar dat de boeren de werktuigen waren voor de apocalyptische zuivering die hij nodig had. Hun opstand schept de voorwaarde voor een wereld waarin de juiste verkondiging kan plaatsvinden. Müntzer moedigde de boeren aan om Gods oordeel uit te voeren: “Daarom zolang het vuur heet is, laat je zwaard niet koud worden!”2 Het komt tot een strijd waarbij tussen rond de 70.000 boeren zijn omgekomen. Hoewel sommige edelen en ridders zich bij hen aansloten, konden ze niet winnen van de overmacht van de landheren. Boeren in het Rooms-Duitse Rijk verloren elk statuut en werden eigendom van de landheer; dit zou duren tot in de 19e eeuw. De vorsten met grote territoria namen de invloed over van kleine landadel, die nog meer verpauperd was dan voorheen.

Wikipedia zegt het zo:
“ De Slag bij Frankenhausen was de beslissende veldslag in de Duitse Boerenoorlog. Het Duitse vorstelijke leger viel op 15 mei 1525 een grote groep opstandelingen aan onder leiding van Thomas Müntzer. Deze hadden besloten zich niet te verzetten tegen de aanval, omdat ze vertrouwden op Gods bescherming. Vervolgens werden Müntzers volgelingen dan ook zonder genade afgeslacht. Uiteindelijk kreeg Müntzer zelf de doodstraf door onthoofding. Ter herinnering aan deze slag is op een heuvel ten noorden van Bad Frankenhausen/Kyffhäuser een museum met een groot panoramaschilderij gebouwd. Deze heuvel heet sinds de slag van 1525 de Schlachtberg.”

„Het is moeilijk te geloven hoe alle heersers, ridders en regenten in heel Duitsland zo ontmoedigd waren dat zelfs tien boertjes zonder harnas een onneembaar kasteel konden innemen. – Daarna keerde het tij weer, zodat één enkele ruiter tien boeren gevangen kon nemen.” – Friedrich Myconius (1490-1546) (vriend van Luther)

Uit een vraaggesprek met de auteur van het voormelde werk nog dit:

“Luther en Müntzer hadden veel gemeenschappelijk, maar Luther stelt zich aan de zijde van de overheid en schrijft uiteindelijk zijn traktaat ‘Wider die mörderischen und rauberischen Rotten der Bauern’ (‘Tegen de moorddadige en roofzuchtige bendes van de boeren’) . Hij vind het fanatisme bij Müntzer problematisch. Müntzer denkt echter niet zozeer logisch, maar in beelden en streeft – heel concreet – naar een broederlijkheid tussen de mensen. De boeren eten samen, en trekken voortdurend samen op. Misschien heeft dat ook wel veroorzaakt dat ze zich zelf hebben overschat. Ten diepste was het een strijd tegen het uitgesloten worden, tegen een ongelijke verdeling van wat het land voortbrengt. De vraag die zij stellen is of een opstapeling van goederen (i.e. geld) automatisch het bezit van macht legitimeert.  Naast haat tegen de grootgrondbezitters, afgunst op de kloosters en de monniken, haalden de boeren hun kracht uit hun geloof. In de veldslag zongen zij  “Kom, Heilige Geest”.

In Memmingen werden de eisen van de boeren geformuleerd in de “Twaalf Artikelen”, waarin werd opgeroepen tot een rechtvaardiger orde en de afschaffing van lijfeigenschap en belastingen (zie daarover verder). Zij waren gericht op de gemeenschap en niet op een ‘individueel recht’ of bezit.

Een democratische toekomst heeft geheugen nodig

Als u ooit in de buurt komt van Mühlhausen of  Bad Frankenhausen moet u zeker het plaatselijke cirkelvormig museum bezoeken dat volledig aan de Boerenoorlog gewijd is. De kunstschilder Werner Tübke – na 10 jaar voorbereiding  – beëindigde in 1987 zijn monumentale uitbeelding van de oorlog – met als voorlopige titel: de Frühbürgerliche Revolution in Deutschland – in een rondgaand panorama.3 Het rondgaand schilderij heeft een hoogte van 14 meter en loopt rond over 123 meter.

Indertijd werd Müntzer omwille van de gelijkheid tussen de mensen die hij predikte en de broederlijkheid die hij eiste van zijn mensen geëerd door het toenmalige Oost-Duitse bewind. Zijn beeltenis kwam als illustratie op een bankbiljet en veel straten werden naar hem genoemd. De DDR noemde hem een voorloper van het communisme.

Vandaag wordt de oorlog omwille van die 500 jaar op verschillende plaatsen in Duitsland herdacht. Veel is daarbij al gebeurd. Algemeen thema in juni was ‘Utopie van een goed leven op het platteland’, met voordrachten met uitlopers tot het thema van de klimaatcrisis, voedselzekerheid, en Thomas Müntzer. Met ontmoetingen rond de vraag van 500 jaar geleden en van vandaag: hoe kunnen we een eerlijke en rechtvaardige samenleving creëren, hoe kunnen we verschillende belangen met elkaar in evenwicht brengen, hoe kunnen we onze natuurlijke hulpbronnen beschermen? Met toeristische uitstappen in Mühlhausen en „Freiheitsleuchten“ en activiteiten tot in november.

_____________________________

De twaalf Artikelen van Memmingen van 1525 (zie ook hoger)

Op 15 en 20 maart 1525 kwamen de boeren opnieuw bijeen in Memmingen en namen na verder beraad de Twaalf Artikelen aan. De Twaalf Artikelen werden binnen de volgende twee maanden gedrukt met een totale oplage van 25.000 exemplaren, wat enorm was voor die tijd, en werden verspreid over het hele grondgebied van het Heilig Roomse Rijk.

Het volgende is een ruwe vertaling van de tekst van de Twaalf Artikelen.

  1. Elke gemeente zou het recht moeten hebben om haar Pfarrer (voorganger, priester) te kiezen  en hem  te ontslaan als hij zich ongepast gedraagt. De voorganger zou  het Evangelie luid en duidelijk moeten verkondigen, zonder enige menselijke toevoeging, omdat in de Schrift staat geschreven dat we alleen door waar geloof tot God kunnen komen.
  2. De voorgangers moeten betaald worden uit de grote tiende ( = een feodale belasting geheven door de grondeigenaars). Een eventueel overschot moet worden gebruikt voor de arme dorpen en de betaling van de oorlogsbelasting. De kleine tiende moet worden opgegeven omdat het door mensen is gemaakt (en niet op de Bijbel is gebaseerd), want de Here God schiep vee vrij voor de mens. 
  3. Het is tot nu toe de gewoonte geweest dat we lijfeigenen genoemd werden, wat jammerlijk is aangezien Christus ons allen met zijn kostbaar bloed verlost en gekocht heeft zowel de herder als de hoogste, niemand uitgezonderd. Daarom volgt uit de Schrift dat we vrij zijn en willen zijn.
  4. Het is onbroederlijk en niet in overeenstemming met het Woord van God dat de arme man geen macht heeft om wild, gevogelte en vis te vangen. Want toen de Here God de mens schiep, gaf hij hem gezag over alle dieren, de vogels in de lucht en de vissen in het water.
  5. De heren eigenden zich de bossen toe. Als de arme man iets nodig heeft, moet hij het kopen voor het dubbele van het geld. Daarom moet al het hout dat niet is gekocht (d.w.z. voormalige stadsbossen die veel heersers zich hadden toegeëigend) worden teruggegeven aan de gemeenschap, zodat iedereen in zijn behoeften voor de bouw en brandhout kan voorzien.
  6. We moeten ter wille van de gedwongen arbeid die van dag tot dag toeneemt, verstand hebben en ons niet zo belasten, zoals onze ouders deden, alleen volgens het Woord van God?
  7. De heersers zouden de diensten van de boeren  niet verder moeten verhogen  dan wat was vastgesteld op het moment van de toekenning? (Een verhoging van de belasting zonder overeenstemming was heel gewoon.)
  8. Veel landgoederen kunnen de pachtbelasting niet dragen. Eerlijke mensen zouden deze landgoederen moeten inspecteren en  het bedrag opnieuw  moeten schatten naar billijkheid, zodat de boer zijn werk niet tevergeefs doet, want elke dagarbeider is zijn loon waard.
  9. Vanwege de grote overtredingen (met gerechtelijke boetes) worden steeds nieuwe statuten opgesteld. Men straft niet naar de aard van de zaak, maar naar eigen goeddunken (verhoging van straffen en willekeur bij veroordelingen waren gebruikelijk). Het is onze mening dat we moeten straffen volgens de oude geschreven straf, waarnaar de zaak is behandeld, en niet naar eigen goeddunken.
  10. Sommigen hebben zich weiden en akkers toegeëigend  die toebehoren aan een gemeenschap (gemeenschappelijk land dat oorspronkelijk beschikbaar was voor alle leden). We willen ze weer in onze gemeenschappelijke handen nemen.
  11. De belasting bij het sterven  (‘Totfall’,  een soort erfbelasting) moet volledig worden afgeschaft, en weduwen en wezen zullen nooit zo schandelijk worden beroofd tegen God en eer.
  12. Als het onze beslissing en definitieve mening is, als een of meer van de hier geplaatste artikelen niet in overeenstemming zijn met het Woord van God…, dan zullen we ons daarvan onthouden als het ons wordt uitgelegd op basis van de Schrift. Als we nu een aantal artikelen zouden mogen lezen en later zou blijken dat ze onjuist waren, zouden ze vanaf dat uur dood en verdwenen zijn. Op dezelfde manier willen we ons echter ook het recht voorbehouden als er nog meer artikelen in de Schrift zouden staan die in strijd zouden zijn met God en een last voor onze naaste.

Bron: https://de.wikipedia.org/wiki/Zw%C3%B6lf_Artikel

D. Rouges


NOTEN

“Wij zijn de tijden” (53e Huizingalezing Beatrice de Graaf)

Historicus, cultuurfilosoof en antropoloog Johan Huizinga (1872 – 1945)

Stemmen uit het verleden kunnen helpen om om de eigen tijd beter te verstaan. In de Huizingalezing (2024) laat Beatrice de Graaf zien hoe kennis van de deugdenleer (Aristoteles: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid, moed; Plato voegt toe: vroomheid; Augustinus: geloof, hoop en liefde) zou kunnen helpen om de huidige politiek van haar kinderachtig gehakketak te bevrijden. Zij laat dit zien door historicus, cultuurfilosoof en antropoloog Johan Huizinga opnieuw te lezen.

Doemdenken versus realisme
De Graaf vertelt hierover – in een uitzending van ‘Buitenhof’ – dat Huizinga vaak wordt beschuldigd een een cultuurpessimist te zijn. ‘Hij wordt vergeleken met Oswald Spengler, de Duitse filosoof die Der Untergang des Abendlandes schreef. En met politiek theoreticus Carl Schmitt (1888 – 1985) uit die tijd: conservatieve denkers die de ondergang profeteerden. Met hen wordt Huizinga vaak op één hoop gegooid. Onterecht. Huizinga denkt niet vanuit de duisternis en de ondergang, maar vanuit de werkelijkheid, en – principieel – vanuit het licht.

Deugen ze, die politici…
‘Huizinga citeert Augustinus en zegt dat je op verschillende manieren naar de geschiedenis (en politieke leiders) kunt kijken. Je kunt kijken hoeveel effect ze hebben op de loop der dingen, of ze succesvol zijn, of populair. Maar dat zegt allemaal niet zoveel. Eigenlijk zou je moeten kijken naar hun grondhouding: wat voor deugden in de klassieke Aristoteliaanse zin belichamen zij. Wat bepaalt hun handelen? Waar willen ze naar toe? Wij denken dan, deugden? Moralistisch. Maar eigenlijk is dat meer dan 2000 jaar lang de manier om jonge mensen, politici, op te leiden. Het gaat er niet alleen om om heel slim te zijn, maar ook om met die slimheid iets te bereiken, d.w.z. te leven vanuit deugden. In de definitie van Aristoteles bezit je een ‘deugd’ (moed, beheersing, wijsheid, gerechtigheid) als je slim genoeg bent om te handelen met het oog op het bereiken/realiseren van een hoger doel. Je moet doelen nastreven die deugen, en daarvoor je ‘virtus’ (kracht, vermogen) gebruiken.

Politici (en de media) zijn de kluts kwijt
een (al dan niet vermeende) racistische uitspraak, polariserend gedrag, korte-termijn- succes, electoraal gewin, schreeuwen, elkaar vliegen afvangen, zwartmaken, schelden… Dat beheerst het huidige politieke debat. Dat klinkt niet als de deugden van Aristoteles. We zijn de klust kwijt. ‘Huizinga zou over de huidige politiek gezegd hebben dat dat puerilisme is: kinderachtig gedrag,’ antwoordt De Graaf. ‘Als een beschaving niet meer aan die hoge regels voldoet, dan wordt het kinderachtig gedrag. Niet alleen in Den Haag zijn we de weg kwijt, in de hele samenleving, ook wereldwijd is dat zo, als je naar politieke leiders kijkt.’

Wij zijn de tijden
De Huizinga lezing heeft als titel: Wij zijn de tijden. Dat is een uitspraak van Augustinus, herhaald door Huizinga. In de tijd van Huizinga gaat de wereld ook ten onder, net als in de tijd van Augustinus (als het Romeinse Rijk instort). Augustinus zegt dan tegen het woedende volk: “Scheldt niet op de keizer, scheldt niet op de tijden. Wij zijn de tijden. U bent de tijden. En wie bent u op dat moment in zo’n duistere tijd?” En dan komt hij dus met zijn deugden.’

Amor Mundi
Uiteindelijk moet alles wat je doet doortrokken zijn van Amor Mundi: liefde voor de wereld (opnieuw Augustinus, maar Hannah Arendt zei het hem na). De èchte wereld (bevolkt met ècht mensen), inclusief de tekortkomingen en mislukkingen die erbij horen, van jezelf en de ander. Er worden fouten gemaakt, je botst, en toch ga je door uit … amor mundi. Huizinga zei het voor de oorlog wat klassieker: Het zal niet gaan “zonder genade en verlossing”.

Bron: NPO1 Buitenhof 22 december: Wij zijn de tijden. Geschiedenis in crisistijd

Foto Beatrice de Graaf:  internet
Beeld Johan Huizinga (1872 – 1945): Universiteit Leiden

Baron E.F.L. Prisse (Édouard)

afbeelding van de verkoopaanbieding van museumdepot.
https://shop.museumdepotshop.nl/nl/prent-monsieur-le-baron-efl-prisse.html

‘Monsieur le Baron E.F.L. Prisse’
Imp. Simonau & Toovey.
Litho van een portret.
Datering: circa 1873.

Hommage de Reconnaissance par le personnel du Chemin de fer d’Anvers a Gand. A son directeur-gérant Monsieur le Baron E.F.L. Prisse à l’occasion du 25me anniversaire de son entrée en fouctions.
Eerbetoon door het personeel van de spoorweg Antwerpen-Gent. Aan de directeur, Baron E.F.L. Prisse, ter gelegenheid van de 25e verjaardag van zijn indiensttreding bij het bedrijf.

Baron Prisse was een ‘railroadtycoon’ (Waaslandse spoorwegen), woonachtig in Sint-Niklaas, stichtend en beschermend lid van de Vrije Protestantse kerk te Antwerpen (Zendingskerk, eerst Kommekensstraat 1854, sinds 1893 Bexstraat 13). Meer info vindt u hier: https://dick.wursten.be/prisse_xl.htm

Conditie: De prent toont sporen van ouderdom, verkleuring en vlekken. Beschadigingen aan de randen, gaatje bovenin en rechteronderhoek is afgescheurd.

Afmetingen: ca. 73 x 59 cm.

tsja, een nieuwe paus…

Nu de rook rond de pausverkiezing wat is gaan liggen, misschien het moment met wat meer afstand naar het vertoon te kijken. En er doorheen te prikken, door bijv. eens te luisteren naar een tegenstem, in casu: Arnaldo da Brescia.  900 jaar geleden riep hij al op tot een totale hervorming binnen de Kerk. En hij liet het niet bij woorden, maar verdreef de paus uit Rome, riep de republiek uit, en transformeerde het Vaticaan in een commune. Hij had het lef zich te beroepen op Christus’ uitspraak dat “Zijn koninkrijk niet van deze wereld is”; hij vond dat zwaard en scepter thuis horen bij de burgerlijke overheden, dat wereldlijke eer en bezit enkel passend zijn voor seculiere gezagsdragers; dat abten, bisschoppen en zelfs de paus moesten kiezen: of hun maatschappelijke macht, of hun eeuwige zaligheid. En dat, na het verlies van hun inkomsten, vrijwillige bijdragen en gaven van de gelovigen voldoende zouden moeten zijn—niet voor leven in luxe en hebzucht, maar voor een sober bestaan tijdens de uitoefening van hun geestelijk bediening. Een schrikbeeld voor elkaar opvolgende pausen was hij. Hij werd dan ook in 1155 opgehangen, verbrand, en zijn as in de Tiber gegooid.

Dick Wursten

Eilt iher angefochtne Seelen (Brockes-St John Passion)

a screenshot from Michael Marissen, Lutheranism, anti-Judaism, and Bach’s St. John Passion : with an annotated literal translation of the libretto, p. 29

SOME REMARKS (DW)
Achsaph belongs in the series of evil cities: Sodom, Babylon, Nineve…
Brockes, in his Passion, uses this metaphorical city (once captured by the Israelites) to evoke the image of dreadful pits where one perishes (‘murderous dens’) contrasting with the live-gving hill of Golgatha. Bach removes the baroque flavour of the image: ‘Achsaphs Mörderhöhlen’ becomes ‘euren Marterhöhlen’. This is conform the general tendency in the St Matthew Passion (Picander, libretto) where the focus on external effects is diminished compared with Brockes c.s. (the exception confirming the rule: ‘Sind blitze..’). Instead… the focus is on interiorisation.

De nar van Trump (pastor Sewell)

Pastor Lorenzo Sewell (independent ‘charismatic’ church, Detroit) was één van de vijf geestelijken die iets mocht zeggen op Trump’s laatste campagne rally, aka “the inauguration ceremony”. Hij begon met God te danken voor het millimeter miracle (inmiddels klassieke term om te verwijzen naar de mislukte moordpoging op Trump). Deze term suggereert/impliceert dat Donald Trump niet alleen maar geluk heeft gehad, maar door God hoogstpersoonlijk is ‘gered’ om de ‘redder van Amerika’ (the Saviour) te worden, en bij uitbreiding van de hele wereld (aldus Donald Trump jr. the night before). De wederkomst van Christus is blijkbaar al geschied, alleen wisten wij het nog niet. Daar kunnen we wel om lachen, maar dit geloven inmiddels zeer veel mensen, en wellicht Trump zelf ook. Melania niet. Zij weet van de hoed en de rand.

Dan schakelt Pastor Sewell een versnelling hoger en begint te oreren. Zijn gebed wordt een theaterstukje (met een schaamteloos gekopieerd en vervalst script). Zeer vertrouwd klonk het in de oren van de meeste evangelische christenen in Amerika. Hier – in Europa – zullen velen vol verwondering hebben gekeken en geluisterd. In één vloeiende beweging neemt hij de Amerikaanse grondwet (we hold these truths to be self-evident), het lied ‘America’ (My country ‘t  is of thee, let freedom ring) als opstapje om de hills, mountaintops van alle staten van Amerika te effenen om de weg vrij te maken voor a dream come true: Free at last. Hij doet enorm z’n best om z’n retorische voorbeeld – Martin Luther King – te evenaren (of te overtreffen zelfs). Zijn ‘act’ ontlokt aan de nieuwe president een glimlach – inderdaad, zoals De Morgen in haar samenvatting liet noteren: het enige authentieke moment van de hele meeting, die smile. De nieuwe koning wordt door zijn nar vermaakt.

Wat velen zich niet realiseren is dat deze speech niet slechts een ‘referentie’ aan de beroemde toespraak van Martin Luther King bevatte (zoals de meeste kranten schrijven), maar dat bijna zijn hele toespraak ‘copy/paste’ was van de tekst van Martin Luther King (met enkele geniepige syntactische wijzigingen, waarin hij President Trump tot droom-vervuller uitroept). Origineel was enkel de millimeter miracle alinea in het begin van het gebed en de slotzin (Klap eens in je handjes….). Verder was letterlijk elke treffende vergelijking, elke ritmisch vloeiende zin, elke klankrijke tegenstelling (allittererend, asonnerend: pure poëzie) copy/paste van Martin Luther King’s I have a dream speech uit 1963. Onversneden plagiaat dus, en tegelijk – naar de geest – het absolute tegendeel van wat King voor ogen had in zijn droom op 23 augustus 1963 (einde van de ‘mars op Washington voor werk en vrijheid’. U kunt die toespraak hier volledig (met vertaling) nalezen: I have a dream, Martin Luther King, volledig (Engels en Nederlands)

21 januari 2025, Dick Wursten